Kōdō – De weg van de geur
Waarom hebben we vaak een gevoel bij het ruiken van een geur? Een herinnering aan je oma, de geur van je de ouderlijk huis. Een geur kan je een gevoel geven van veiligheid, herkenning, liefde of warmte.
Op deze vraag kreeg ik afgelopen week antwoord, want ik was uitgenodigd voor een Japanse incense ofwel wierook ceremonie.
Kōdō: Ontdek de Japanse “Weg van de Geur”
Wanneer je denkt aan traditionele Japanse kunsten, komen waarschijnlijk de elegante theeceremonie (Sadō) en de verfijnde bloemschikkunst (Ikebana of Kadō) je bekend voor. Maar er is nog een derde, misschien wel minder bekende, maar even fascinerende kunstvorm: Kōdō, letterlijk “de weg van de geur”. Samen met Sadō en Kadō vormde Kōdō de basis van de verfijning die van elke dame van stand werd verwacht in het oude Japan. En hoewel Kōdō misschien wat in de schaduw staat van zijn beroemdere verwanten, is zijn moderne echo, aromatherapie, tegenwoordig razend populair.
Geen wierook branden, maar luisteren naar geur
Wat Kōdō zo uniek maakt, is de manier waarop men de geur ervaart. In plaats van de wierook direct te verbranden, wordt een klein stukje kostbaar, geurig hout op een mica-plaatje (kristal) gelegd, dat op hete kooltjes rust. Hierdoor komt de geur op een subtiele en delicate wijze vrij.
Maar het gaat verder dan alleen ruiken. In Kōdō “luister” je naar de geur. Het Japanse werkwoord voor ruiken is “kagu”, maar in de context van Kōdō gebruikt men “kiku”, wat “luisteren” betekent. Het is een uitnodiging om je niet alleen op je neus te concentreren, maar om je hart en geest open te stellen voor de nuances van de geur.
Een Reis voor de Geest
Moderne wetenschap erkent de krachtige connectie tussen geur en herinnering. Een bepaalde geur kan je in een oogwenk terugbrengen naar een lang vervlogen moment. In Japan heeft het branden van wierook en het koesteren van zeldzaam geurend hout al eeuwenlang mensen naar een ander, bijna spiritueel niveau getild.
Van boeddhistische rituelen tot verfijnde kunst
De geschiedenis van geurig hout in Japan gaat terug tot de Nara-periode (710-794), waar het vermoedelijk voor het eerst in boeddhistische rituelen werd gebruikt. Omdat natuurlijk geurend hout ontzettend zeldzaam is en soms eeuwen nodig heeft om zijn karakteristieke aroma te ontwikkelen, ontstond de productie van wierook. Net als de wierook die je soms in kerken ruikt, werd het gezien als iets met zuiverende eigenschappen.
Kōdō is dus veel meer dan alleen een aangename geur. Het is een verfijnde kunstvorm die de zintuigen prikkelt, de geest tot rust brengt en je verbindt met een eeuwenoude traditie. Een subtiele reis door de wereld van geuren, waarbij “luisteren” de sleutel is tot een diepere ervaring.
En dat is precies wat er gebeurde, ik luisterde naar wat de geur mij vertelde, keerde naar binnen en raakte een diepere laag van mijzelf. Wat een ervaring.
Wil je meer weten over deze waanzinne traditie en kustvorm? Kijk dan naar de volgende video The culture if incense